Het is misschien een aardig testje: zit je samen met je partner naast elkaar aan tafel of zitten jullie tegenover elkaar? En hoe zou het zijn om het vaste patroon dat je daarin samen hebt aangenomen, te doorbreken door eens bewust anders te gaan zitten? Wat voor gevoel krijg je daar bij als je dat eens een weekje uitprobeert?

Wetenschappelijk bewezen is het niet, maar de plaats aan tafel zegt misschien wel iets over je relatie. Je zou kunnen zeggen dat tegenover elkaar er confronterender uitziet en naast elkaar meer ‘samen’, maar zo eenvoudig ligt het niet. Vanuit het systemisch werk en Familieopstellingen wordt vaak als meest natuurlijke positie gezien: man en vrouw naast elkaar (met de man rechts), samen tegenover de kinderen aan de overkant van de tafel. Maar eet je met zijn tweeën, dan ligt de tegenover-elkaarpositie meer voor de hand, omdat je dan immers meer (oog)contact met elkaar hebt. Met zijn tweeën naast elkaar eten is misschien meer voor partners die al jaren weinig of niets meer met elkaar te bespreken hebben.

In een partnerrelatie is een interessantere vraag of jullie een ‘jij’ en een ‘ik’ zijn, of dat jullie bij uitstek een ‘wij’ vormen. Vaak kun je merken dat ook die posities wisselen, precies zoals de plekken aan tafel. Het ligt er maar net aan vanuit welke hoek je kijkt en op welk moment je dat doet.

Je zou wel kunnen zeggen dat een stel dat uitsluitend uit een ‘wij’ bestaat, gevormd wordt door twee mensen die zo in elkaar zijn opgegaan dat ze zichzelf een beetje kwijt zijn geraakt. Je ziet dat nog wel eens, zo’n symbiotische relatie. Hoewel het vaker voorkomt dat één van de partners zich zo aan de ander heeft verbonden dat de eigen wensen en verlangens, en soms zelfs zijn of haar eigen mening, nauwelijks meer hoorbaar of voelbaar zijn. Dat kan lange tijd goed gaan, maar er komt haast altijd een moment dat het gaat wringen, dat een van beiden zich beklemd gaat voelen in de relatie. Soms kan dat zelfs zo verstikkend worden, dat een losmaking onvermijdelijk wordt, vaak zelfs op een heel heftige manier.

Ook het tegenovergestelde komt voor: dat een stel overduidelijk uit een ‘ik’ en een ‘jij’ bestaat: twee mensen met hun eigen meningen, gevoelens, verwachtingen en opvattingen. Dat kan op zich goed gaan, want verschillende mensen kunnen elkaar prima aanvullen. Maar ook hier kan op den duur een crisis ontstaan, omdat een van beiden behoefte heeft aan meer ‘samen’, aan een grotere verbondenheid die tussen die zelfstandige  ‘ik’ en die ‘jij’ niet zo uit de verf komt. En laten we eerlijk zijn: vaak is dat de vrouw, want mannen hebben doorgaans wat minder problemen met zo’n manier van samenleven.

Relatiecoach en trainer Jan van Hulst uit Koningsbosch in Limburg zegt het zo prachtig: “Zonder ‘jij’ en ‘ik’ kan het ‘wij’ niet bestaan.” Het is een schitterende manier om uit te drukken dat een stel uit twee individuele mensen bestaat, met elk hun eigen wereldbeeld, die samen met elkaar ‘wij’ vormen. En omgekeerd: samen een stel zijn kan eigenlijk uitsluitend als zowel de ene als de andere partner werkelijk een ‘ik’ is: op zijn eigen benen staat, weet wat hij wil, in contact is met zijn eigen behoeften en verlangens. De relatie kan dan een ‘tweezaamheid’ worden, waarin twee mensen gelijkwaardig en met vrijwillige betrokkenheid op elkaar door het leven gaan.

Vaak gaat dat niet vanzelf en is eerst een worsteling of zoektocht nodig om deze positie ten opzichte van elkaar te kunnen vinden. Het komt ook voor dat eerst een heftige crisis ontstaat in de relatie, en dat pas daarna beide partners hun eigen plek hebben gevonden, maar ook een echte betrokkenheid op elkaar. Een crisis waar je samen uitkomt geeft vaak goede kansen voor een nieuw begin. Lukt dat, dan is een verdieping mogelijk in het contact en in de manier waarop je als stel ‘samen’ kunt zijn.

Vanuit deze ‘tweezaamheid’ is de plek aan tafel eigenlijk helemaal niet zo belangrijk meer.

Paul Houkes