Elk zijn eigen wereldbeeld

Elk kind vraagt het  zich wel eens af. Als ik een groene bal zie, hoe weet ik dan zeker dat mijn vriendje dezelfde kleur ziet? Misschien ziet hij geen groen, maar paars! We zeggen dan wel allebei dat de bal groen is, maar het staat niet vast dat zijn groen hetzelfde is als het mijne. Als volwassenen stellen we onszelf dit soort vragen meestal niet meer. We hebben immers met zijn allen afgesproken dat groene ballen groen zijn en als iemand een andere kleurindruk heeft dan zijn buurman, dan zal dat wel: niemand die er last van heeft.

De grap is dat die buurman inderdaad iets anders ziet, eenvoudig omdat het de buurman is. Feitelijk heeft iedereen zijn eigen manier van naar de wereld kijken. Onze indruk van die wereld wordt niet alleen bepaald door de wereld zelf, door wat daar te zien is, maar ook door wat zich intern bij ons afspeelt: onze ervaringen, herinneringen, overtuigingen, inprentingen enzovoort. Het beeld van buitenaf wordt daardoor al meteen gekleurd, vervormd, verfrommeld misschien wel. Iedereen heeft zijn eigen wereldbeeld en dat ziet er niet hetzelfde uit als het wereldbeeld van de buurman, of je baas, of een ver familielid.

Net zo min als een kind precies kan vertellen wat hij precies ziet als hij een groene bal heeft, net zo min is het mogelijk om exact uit te leggen wat mijn beeld is, of het jouwe. Er woorden aan geven betekent al per definitie dat het een andere vorm en kleur krijgt, want het wereldbeeld bestaat immers niet uit woorden, maar uit indrukken, gevoelens, gedachten, wensdromen, weerstanden en nog veel meer van dat soort ontastbare begrippen.

De vraag ‘zie jij hetzelfde groen als ik’ is in zijn volle omvang  aan de orde als mensen met elkaar communiceren. Hoe kan de ene mens aan de ander exact uitleggen wat hij voelt of vindt? En hoe kan de andere mens die beschrijving ontvangen? Bij het horen van de beschrijving speelt immers zijn eigen wereldbeeld een rol, met zijn gedachten, gevoelens, overtuigingen enzovoort. Zodra het oorspronkelijke wereldbeeld van de een aan de ander is overgedragen en ontvangen, dan is het een ander beeld geworden. Het klopt nooit meer helemaal, een-op-een, met wat de eerste partner precies bedoelde.

Dat levert niet de hele dag problemen op, gelukkig. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden we als mensen onmogelijk met elkaar kunnen samenleven. Doorgaans gaan we er over en weer vanuit dat we hetzelfde beeld voor ogen hebben als we iets ‘groen’ noemen, ook al staat dat niet vast.  Maar geregeld leveren die totaal verschillende ervaringen wel degelijk lastige en spannende situaties op. Veel communicatieproblemen tussen partners, en ook de meeste ruzies, zijn terug te voeren op een andere manier van kijken en ervaren. Als hij ´s avonds thuiskomt, op de bank naast zijn vrouw neerploft en de rest van de avond zappend doorbrengt, dan kan zijn gevoel zijn: heerlijk, rust aan mijn kop, niet meer met allerlei ingewikkelde dingen bezig zijn, we zitten hier gezellig en ik hoef verder niks! Haar gevoel is echter: hij zit maar te zappen, hij heeft geen aandacht voor me, waarom praten we niet over hoe het met de kinderen gaat, of met ons?

Een gesprek op zo’n moment leidt tot niets als elk strak aan zijn eigen wereldbeeld vasthoudt. Hoe gevoeliger het onderwerp, hoe ingewikkelder het wordt. Zelfs als ik uitleg wat me nou echt dwars zit, dan nog is de kans groot dat jij niet werkelijk zult horen wat ik bedoel, omdat het niet goed met woorden over te brengen is.

Het is belangrijk dat partners erop leren vertrouwen dat het niet erg is dat ze op een andere manier naar de wereld kijken. Als elk zijn eigen wereldbeeld mag hebben, dan is het ook niet meer zo nodig dat de ander kost wat kost moet worden overtuigd dat het beeld het enige juiste is en het andere beslist niet.

Als je werkelijk wil begrijpen hoe de ander naar de wereld kijkt, wat hij of zij voelt of vindt, dan is er maar één manier om dat te doen: je eigen wereldbeeld moet even worden geparkeerd. Jouw gevoel, jouw overtuiging, moet dan even opzij worden gelegd. Pas dan is het mogelijk om goed naar de ander te luisteren, om echt binnen te laten komen, tot je door te laten dringen, wat de ander bedoelt. De kans dat je dan iets meer begrijpt van het wereldbeeld van je partner is dan een heel stuk groter geworden.

Paul Houkes